LEVENSMIDDELENCHEMIE
 
Wordt gegeven in 3de jaar Landbouw en biotechnologie optie landbouw- en voedingsindustrieën
3de jaar Landbouw en biotechnologie optie landbouw- en voedingsindustrieën
Theorie [A] 37.5
Toepassingen [B] 50.0
Stages en scriptie [C] 12.5
Studietijd [D] 210
Studiepunten [E] 8
Doceertaal Nederlands
Titularis Mia EECKHOUT
Referentie BILBIV03A12761
 
Trefwoorden
Levensmiddelenchemie

Doelstellingen
De student dient een permanente kennis op te bouwen met betrekking tot de complexe samenstelling van voedingsmiddelen. Als toekomstig voedingsanalyst of technoloog moet hij een parate kennis verwerven inzake de nutriënten, de degradatieprocessen, en de invloed van de be- en verwerkingsprocessen.

In de oefeningen wordt de student getraind in het
  • interpreteren en exact uitvoeren van een analyseprocedure waarbij aandacht besteed wordt aan nauwkeurigheid, juistheid en accuraatheid
  • het wetenschappelijk rapporteren van resultaten en besluit.


Leerinhoud
De levensmiddelenchemie omvat de studie van de processen van chemische, biochemische en fysicochemische aard bij de omze tting van landbouwproducten tot voedingsmiddelen..

De cursus bespreekt het belang en de chemische karakteristieken van de verschillende componenten (water, eiwitten, vetten, suikers, additieven) van een voedingsmiddel. Met het oog op de oefeningen die betrekking hebben op deze theorie wordt tevens een overzicht gegeven van de chemische bepalingsmethoden


Begincompetenties
Basiskennis organische - anorganische scheikunde.

Eindcompetenties


Leermaterialen
Cursus "levensmiddelenchemie" - 1998 - 170 blz. en laboratoriumhandleiding - 50 blz.

Studiekosten
± 10 Euro

Studiebegeleiding
Permanente mogelijkheid tot vraagstelling.

Onderwijsvormen
- Hoorcollege en begeleide oefeningen
- zelfstudie
- case studie : studenten krijgen een levensmiddel en worden verondersteld dit theoretisch en chemisch te analyseren. (zoeken info ingrediënten, additieven, methoden).

Evaluatievorm
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding.
  • De permanente evaluatie van de oefeningen gebeurt op basis van de aanwezigheid van de theoretishe kennis, de rapportering en de evaluatie van de resultaten en wordt gekoppeld aan een eindevaluatie waarbij getoetst wordt naar de theoretische achtergrondkennis
Wegingscoëfficiënt :
theorie: 2/3
oefeningen : 1/3

OP-leden
Mia EECKHOUT
Peter MAENE
Ingrid DE LEYN