Trefwoorden Atelier beeld & installatie 1.1.
Doelstellingen Beginmodule, voorbereidend en initiërend op verdere ontwikkeling in de zes opeenvolgende modules rond onderzoek naar het twee-, drie- en vier-dimensionele
beeld.
Dit gebeurt interdisciplinair vanuit de interrelatie met andere beeldende middelen om inzicht te verwerven ifv het realiseren van autonome (kunst)werken
binnen het perspectief van de actuele kunst, via experiment, veelzijdigheid in benadering van onderwerp op inhoudelijk en formeel vlak, formuleren van voorstellen voor mogelijke uitwerkingen met behulp van eenvoudige expressiemiddelen en deze onder begeleiding en feedback uitvoeren.
Leerinhoud
‘CONFRONTATIE’ +/- 6 weken (initiatie)
1. Individuele positionering uitlokken bij de student - onder begeleiding –
2. Situering van het hedendaags beeld in de ruime zin.
3. Spirituele en materiële assemblage(technieken).
4. Associatief denkend en beeldend vormgeven.
5. Lezen en leren lezen van een beeld.
‘COMMUNICATIE’ +/- 6 weken
1. studie van de beeldelementen (algemeen) aan de hand van oefeningen en gesprekken.
2. onderzoek via praktische oefeningen naar de relatie concept, beeld, inhoud, vorm , betekenis, techniek en materiaal (inleidend en algemeen).
3. praktische oefeningen in presentatietechnieken.
5 Deelcompetenties
A. Beeldontwikkeling.
“Confrontatie”; visie, concept, realisatie. Het concept en de beeldontwikkeling zijn de aftastzone tussen enerzijds de kracht van de visie en anderzijds de uitvoermogelijkheden van het gewenste beeld.
B. Installatie.
In deze deelcompetentie gaat de aandacht naar de werking, de uitvoering en de presentatie van het beeld in de ruimte. Beelden worden gedacht en gematerialiseerd, afgetast en getoetst naar zeggingskracht.
Studenten leren nadenken over en praktisch ervaren hoe een beeld werkt.
Afgewerkte oefeningen worden geïsoleerd van de werksfeer en als uitspraak gepresenteerd.
C. Bewegend beeld & installatie.
Introducerende kennismaking, verwerven van basiselementen, begeleid en ondersteunend onderzoek ontwikkelen, op het vlak video & audio (opname, montage en bewerking), het kinetisch beeld, lichtprojectie, enz.
D. Portfolio & dossier 1 (initiatie)
Documenteren, archiveren en verzamelen en als schetsboek binnen onderzoek.
Met o.a. tekenkundige, fotografische, videografische middelen ; geluidsopnamen en
andere registratiemiddelen.
E. Reflectie, discours, tekst ( initiatie)
Ontwikkelen van gesprek, dialoog, confrontatie, reflectie, duidend/documenterend schrijven in schriftelijke neerslag over het eigen werk en het proces.
Begincompetenties Slagen in toelatingsproef.
Eindcompetenties Kerncompetentie
In staat zijn tot ontwerpen/analyseren/ bouwen/ van een installatie
Indicatoren in verhouding tot het niveau van initiërende module:
a) de relatie tussen de oefeningen en de geformuleerde uitgangspunten discursief kunnen leren inschatten en kunnen toelichten
b) aantonen dat de gebruikte beeldende middelen adequaat zijn ten opzichte van het geformuleerde werkproces
c) Aantonen dat de installatie een relatie met de kijker aangaat op een gestuurde wijze (op initiatieniveau)
d) Het werkproces moet zichtbaar gemaakt worden dmv tekst, tekeningen of foto’s, voorbereidende studies, en mondelinge toelichting. (algemene competentie)
Beeldontwikkeling ; Installatie ; Bewegend beeld & Installatie
· open opdrachten persoonlijk kunnen benaderen
· onderzoek kunnen aanvatten onder begeleiding
· inzicht in de artistieke proces verwerven en in staat zijn, onder begeleiding en feedback, dit te ontleden en aan te wenden in functie van ontwikkeling van eigen beeldende middelen
Portfolio & dossier
· documenteren en archiveren van verschillende stadia in het werkproces en projectuitwerking, om deze als basis te kunnen aanwenden tot reflectie en inzicht.
Reflectie, discours, tekst
· in staat zijn een aanvang te maken met het openen van reflectieve en kritische perspectieven op het eigen werk
· in aanzet in staat zijn om voor het eigen werkproces relevante kunstkritische en kunstfilosofische invalshoeken te benutten
Algemene competenties
1.de onderzoekende attitude moet aanwezig.
De klemtoon ligt in deze module vooral op het onderzoek, de verworven inzichten en de ontwikkeling van het artistieke denk- en werkproces.
De artistieke standpunten worden onderworpen aan bevraging in functie van een ontluikend artistiek inzicht.
Artistiek: is de student in staat om in aanzet artistieke keuzes en eigen(zinnig)heid te ontwikkelen?
Is er communicatie en betekenisoverdracht tussen beeld en toeschouwer?
Gaat beeld al of niet een relatie aan met andere beeldvormen, schrijft een beeld zich in een cultuur?
Ontstaat er een boeiende (associatieve) lezing van het beeld, opent het beeld een (breed) veld van associaties, waar ‘complexiteit’ aanvullend en stimulerend werkt om een proces op te starten.
2. relatie techniek en concept.
efficiëntie van middelen en technieken ;
ondersteunt de gebruikte techniek het beoogde doel of concept ;
is er eenduidigheid in het gebruik van de middelen en de technieken ;
kan de student alternatieve materiaalkeuze(s) overwegen, en kan hij de eventuele meerwaarde daarvan inschatten?
3. respecteren van deadlines.
Leermaterialen Vakliteratuur, kunsttijdschriften, technisch/artistieke basistechnieken en handleidingen. Historische (de klassiekers !) en hedendaagse artistieke creaties en realisaties binnen het vakgebied.
Het atelier maakt gebruik van alle mogelijke middelen, technieken en materialen welke beelden genereren : materiële, immateriële en virtuele middelen. video, fotografie, geluid, beweging en andere beeldende middelen.
Bezoek aan het concrete werkveld en tentoonstellingen in functie van presentatie.
Studiekosten De kosten eigen aan het artistiek project per module. (tussen de 50 en de 200 euro)
De volgende aangekochte materialen zijn éénmalig :
-Materialenkoffer
-Aankoop van een externe harde schijf is wenselijk. (150 €)
-Bezit van een computer of laptop verdient aanbeveling wegens grotere autonomie, maar is niet verplicht.
-Een fototoestel en/of videocamera is nuttig.
-Opname mini dv cassettes, uitvoer miniDV, vhs, cd of dvd : 50 euro
Studiebegeleiding
Onderwijsvormen Het onderwijs verloopt veelal via individuele gesprekken met de lesgevers.
Vertrekkend van een open opdracht en / of projectvoorstel van de individuele student, wordt het werk begeleid en wordt er feedback gegeven op artistiek en technisch vlak.
Artistiek labo, werkatelier (labo), oefeningen, vrij werk, buitenopname, deelname aan en opzetten van projecten, studiereizen, tentoonstellingsbezoek, contacten met kunstenaars, galerijen, musea.
Theoretische uiteenzettingen, individuele gesprekken, groepsgesprekken, individuele en groepsbespreking van de resultaten.
Evaluatievorm · De evaluatie valt onder het systeem van de permanente evaluatie.
· De evaluatie wordt enkel in de eerste examenperiode ingericht (= geen 2e zittijd).
· Tijdens de lessen zijn er permanente evaluaties van het artistieke proces.
· De toegekende cijfers tellen voor 1/3 van de punten.
· In de examenperiode is er een eindevaluatie van het artistieke werk door een examenjury.
· Het toegekend cijfer telt voor 2/3 van de punten.
· Werkstukken en opdrachten in het kader van de studie- en onderwijsactiviteiten moeten steeds op de vastgestelde data worden ingediend of gepresenteerd.
· In geval de student wettig verhinderd is aanwezig te zijn, zorgt hij ervoor dat het werk door iemand anders wordt binnengebracht.
· De ateliertitularissen kennen een evaluatiecijfer toe op de prestaties van de student tijdens de lesuren atelier.
OP-leden
|
|