Trefwoorden h840-muziek-theorie
Doelstellingen Dit opleidingsonderdeel is een kerndiscipline die gerelateerd is aan alle andere theoretische vakken en vakken met betrekking tot de uitvoeringspraxis en dient daarom van bij aanvang in het curriculum toegevoegd. Deze discipline streeft vooral langetermijndoelen na van cognitieve en affectieve aard.
Leerinhoud NOTA: tijdens academiejaar 06-07 volgen de studenten Muziektheorie B3 de twee modules muziekgeschiedenis (klassiek-romantiek en tweede helft van de XX° eeuw.
Seminarieoefeningen vervalt hierdoor.
De studenten dienen echter maar één paper te maken.
Volgende academiejaar worden deze wijzigingen in het curriculum opgenomen.
1) De studenten hebben een uitgediepte encyclopedische kennis van de klassieke en romantische stijlen, genres en technieken, alsook van de belangrijkste figuren uit
die periodes en kunnen deze situeren naast parallelle cultuurstromingen in andere disciplines.
Ze hebben bovendien een inzicht in de causale verbanden die al deze elementen vanuit hun historische context samenbrengen.
De leerstof is lineair geordend.
2) PAPER: In B3 schrijft de student een paper die gelinkt is aan zijn bachelorproef. De hoofddiscipline, Muziekgeschiedenis, Partituuranalyse, Onderzoeksmethodiek en eventueel andere opleidingonderdelen worden hierbij betrokken.
Voor andere opleidingsonderdelen kunnen geen papers meer opgelegd worden.
De paper wordt gerealiseerd en beoordeeld binnen het semester van de gekozen module muziekgeschiedenis.
Begincompetenties
Eindcompetenties • Analytisch inzicht en kritisch reflectieve attitude,
• De student kan de eigen muziekuitvoeringen en die van anderen goed duiden en beoordelen
• De student kan goed k de eigen muziekuitvoeringen en die van anderen in een ruime historische en eigentijdse culturele en artistieke context situeren en duiden
• Kan muziek behoorlijk in haar historische, maatschappelijke en culturele context situeren. Heeft goed inzicht in de muziekesthetische en muziektheoretische kenmerken van de verschillende stijlperiodes
• Heeft een goede kennis van de muziek- en cultuurgeschiedenis en van de historische en actuele uitvoeringspraktijken met betrekking tot zijn/haar specialisatie
• kan eigen visie en realisaties toetsen en plaatsen in een breder artistiek en cultureel perspectief
• heeft goed inzicht in de ruime artistieke context en opvattingen
• heeft goed kennis van muziekhistorische, cultuurhistorische en musicologische theorieën
Algemene theoretische vorming
• kan artistieke realisaties kritisch evalueren
• kan theoretische kennis voor het artistiek zoekproces goed in stelling brengen
Leermaterialen - Collegenota's
- Aanbevolen vakliteratuur: Grout, D.J. en Palisca, C.V., Geschiedenis van de Westerse muziek (uitg. Contact, A'Dam / A'pen , 1994) (Bewerking en Nederlandse vertaling, Vernooy, R.)
- Opgenomen muziek
Studiekosten
Studiebegeleiding studievoortgangsgesprekken
Onderwijsvormen Hoorcollege
Begeleid zelfstandig werk
Evaluatievorm Mondeling examen
OP-leden Jacques Van Deun
|
|