Trefwoorden
Doelstellingen De studenten kunnen specifieke en realistische leerdoelen uitwerken onder supervisie van de mentor. Via implementatie komen tot het
integreren van leerthema's die werden aangeleerd ter voorbereiding op het specifieke beroepenveld. Verwacht wordt dat verpleegtechnische
vaardigheden aangeleerd in het eerste en tweede jaar verder ingeoefend worden tijdens de stage. Het leren van de juiste beroepsattitude
met respect en eerbied voor de psychiatrische patiënt, het gepaste invoelingsvermogen. Belangrijk is dat de student kan
openstaan voor feedback. De nodige zelfstandigheid en verantwoordelijkheid kunnen opnemen in het eigen leerproces. Zich kunnen houden
aan vooropgestelde afspraken. Verwacht wordt dat de studenten zichzelf kunnen evalueren aan de hand van het zelfevaluatieformulier. Via
een voorkeuzeformulier kan de student stageterreinen kiezen, met dien verstande dat er minimum op één opnamedienst stage gedaan wordt.
De stagekeuze gaat gepaard met een leergesprek waarin gepeild wordt naar de motivatie
van de student. De persoonlijke keuzes kunnen ingevuld worden naarmate er plaatsen open zijn op dat moment op de desbetreffende stage.
Leerinhoud Het opleidingsonderdeel practica omvat de stages, de methodische werkbegeleiding en de geïntegreerde praktijkproef. De methodische
werkbegeleiding vindt plaats onder de vorm van supervisie die georganiseerd wordt op terugkeernamiddagen tijdens de stage. De
geïntegreerde praktijkproef (GIP) is een integratie van al de competenties die een beginnend beroepsbeoefenaar zou dienen te kunnen zoals
het verpleegtherapeutisch volgen van een cliënt, het situeren van de professionaliteit binnen deze werkrelatie, het kunnen verwoorden van zijn
eigen functioneren onder de vorm van een functioneringsgesprek. Deze GIP wordt afgenomen in de klinische setting tijdens de laatste
stageperiode in aanwezigheid van de student, zijn mentor en de lectoren Stefaan De Smet en Lieve Hoeyberghs.
Begincompetenties Assertiviteit, technische vaardigheden
Eindcompetenties - Kritisch kunnen reflecteren op het eigen handelen en de eigen positie.
- Engagement tot levenslang leren.
- Efficiënt handelen bij het uitvoeren van taken.
- Leidinggevende taken uitvoeren
- In staat zijn een professionele relatie uit te bouwen met de cliënt
Deelcompetentie: heeft een therapeutische houding.
Gedragsindicator: toont zich empathisch, aanvaardend, respectvol en echt
Deelcompetentie:
- Is in staat te handelen als pleitbezorger voor de cliënt.
Gedragsindicaor: is luistervaardig, kan al dan niet uitgesproken gevoelens en behoeften van anderen inschatten, er begrip voor tonen en
gepast op reageren. Kan op een constructieve wijze opkomen voor de belangen van de patiënt.
- Teamgericht kunnen denken en werken.
- Organisatorisch kunnen denken en werken.
- Het ontwikkelen van een visie op het beroep.
- Kan de zorgbehoefte inschatten en een verpleegplan opstellen, uitvoeren, evalueren en bijsturen (methodisch handelen) in overleg met
cliënt en andere zorgverstrekkers binnen de volledige klinische setting.
- Kan complexe zorgsituaties in de beroepspraktijk definiëren en analyseren. Waarbij signalen en symptomen worden herkend,
geïnterpreteerd en gerapporteerd.
- In staat zijn om efficiënt om te gaan met de belangrijkste administratieve taken eigen aan het beroep.
- Kan handelen vanuit het inzicht in het menselijk (dys)functioneren.
- Kan handelen vanuit een holistische, tolerante, zorgende en sensitieve ingesteldheid.
- Beheerst de verpleegkundige vaardigheden en kan al de competenties eigen aan het verpleegkundig beroep integreren binnen de klinische
setting.
De professionele bachelor verpleegkunde is in staat tot voortdurende kritische reflectie op het eigen handelen/ de eigen positie:
- kan behoefte aan opleiding/ vorming detecteren.
Leermaterialen ::Voor meer informatie, klik hier:: Handleiding
Studiekosten 3 Euro
Studiebegeleiding Tijdens de stage krijgen de studenten een vaste mentor toegewezen waaraan dagelijks feedback gevraagd kan worden. Er worden
supervisiemomenten voorzien in het begin van de stage, tijdens een tussen-en eindevaluatiemoment. De supervisiemomenten bestaan uit
volgende actoren; de student, de mentor en de supervisor van de school. Voor de methodische werkbegeleiding worden
terugkeernamiddagen tijdens de stages voorzien. De geïntegreerde praktijkproef vindt plaats tijdens de llaatste stageperiode en wordt
afgenomen binnen de klinische setting.
Onderwijsvormen Leer-en onderwijsgesprekken Methodische werkbegeleiding Stagereglement Invullen van stagekalender Opvolgen feedback Bijsturen
doelstellingen Tussentijdse evaluaties Zelfevaluatie Eindevaluatie
Evaluatievorm Na elke stageperiode wordt de student geëvalueerd op basis van de volgende criteria: de voorbereiding, feedbackfiche, tussentijdse
evaluaties, de eindevaluatie van de dienst, supervisiegesprekken, stageportfolio
OP-leden Stefaan De Smet, Lieve Hoeyberghs
|
|